De Oosterparkbuurt

De Barbaraschool ligt even ten zuiden van het Oosterpark midden in het zuidelijke deel van de Oosterparkbuurt. De Mauritskade in het noorden, de Wibautstraat in het westen, de Linnaeustraat in het Oosten en het in 1880 langs de huidige Populierenweg aangelegde spoorwegtracé in het zuiden vormen de grenzen. Vanaf 1939 boog dit tracé af naar het zuiden in de richting van het toen gebouwde het Amstelstation. Dit station verving het oude Weesperpoortstation, een kopstation aan het Rhijnspooorplein dat al vanaf 1843 de verbinding vormde met Utrecht via de huidige Wibautstraat. De vlak voor deze straat naar het noorden afbuigende Vrolikstraat verraadt nog het in 1880 aangelegde tracé dat de verbinding vormde van het Weesperpoortstation met het station Oosterdok (1874) en vanaf 1889 met het nieuwe Centraal Station.

De Oosterparkbuurt is een van de zogenaamde Revolutiebouwbuurten die vanaf het eind van de 19de eeuw tot stand kwamen op basis van het Plan Kalff uit 1876. Het ging daarbij, met uitzondering van het luxe kwartier rond het huidige Museumplein, om rationeel aangelegde woningbouw voor arbeiders. De diverse buurten, zoals de Dapperbuurt, de Oosterparkbuurt, de Pijp, de Kinkerbuurt, de Zeeheldenbuurt en de Staatsliedenbuurt bestonden dan ook uit lange, gesloten bouwblokken langs kaarsrechte, smalle straten. Dat was zeker ook het geval bij de Dapperbuurt en het zuidelijke deel van de Oosterparkbuurt. In het Noorden van deze laatste wijk zorgden het Oosterpark en na 1890 de komst van het ‘Onze Lieve Vrouwe Gasthuis’ voor de nodige ruimte en variatie. Hoewel Kalff aanvankelijk slechts twee rijen woonblokken met voortuintjes voorzag tussen de Eerste Oosterparkstraat en de Vrolikstraat werden dat er in 1881 drie maar dan wel, ter compensatie van de hogere dichtheid, met vier pleinen (Iepenplein, Beukenplein, Eikenplein en Kastanjeplein) tussen de Tweede en de Derde Oosterparkstraat. Dit betekende een enorme kwalitatieve verbetering van de openbare ruimte. Elk plein kreeg een eigen vorm en karakter, iets waarvan zeker ook de Barbaraschool heeft geprofiteerd.

De Oosterparktbuurt is de laatste tijd onderhevig aan ingrijpende veranderingen, zoals de stadvernieuwing vanaf de jaren zeventig, de komst van de multiculturele samenleving en de meer recente gentrificatie (sociale opwaardering) zoals te merken is aan de  toename van het particulier woningbezit, de horeca (Beukenplein en Linnaeusstraat), het winkelbestand (Linnaeusstraat en omgeving) en verder de hotels en onderwijsinstellingen (Wibautstraat). Ook is er sprake van de komst van kunstenaars (Eikenplein) en studenten. Dit alles zou tot problemen kunnen leiden (Veryupping), maar het biedt ook kansen voor een algehele opwaardering van de wijk qua voorzieningen en inrichting van de publieke ruimte zoals het Oosterpark en de vier hiervoor genoemde pleinen..

Een katholieke enclave tussen het eiken- en het kastanjeplein

Bij het ontstaan van de bebouwing rond het Eikenplein was het nog lang niet zo ver. Eerst verscheen aan het Kastanjeplein - als gevolg van de 19de-eeuwse, katholieke emancipatie en het herstel van de bisschoppelijke hiërarchie in 1853 - de grote Sint-Bonifatiuskerk (1884-86) met erachter een parochiehuis met een kapel (1885) in de Tweede Oosterparkstraat. De kerk stond toen nog eenzaam midden in de weilanden, maar wel vlak bij het in 1880 aangelegde, toen nog gelijkvloerse, spoorwegtracé langs de huidige Populierenweg. De 65 meter hoge toren kwam pas in 1925. De architect was Evert Margry, een katholieke bouwmeester uit Rotterdam die net als zijn beroemde leermeester Pierre Cuypers bouwde in de stijl van het ware, katholieke geloof, de middeleeuwse gotiek. Iets later verrees in 1891 aan het Eikenplein, naar ontwerp van dezelfde architect, pal achter het koor van de Bonifatiuskerk, de katholieke Sint Barbaraschool voor meisjes, annex klooster. En in 1892 volgde nog de eveneens katholieke Sint Laurentiusschool, een lagere voor jongens op de oostelijke hoek van het Eikenplein en de Tweede Oosterparkstraat. Het ontwerp was van aan andere leerling van Cuypers, Adrianus Bleijs die in 1899 de Sint Nicolaaskerk bij het in 1889 geopende Centraalstation van zijn leermeester zou bouwen. Kort daarvoor stichtte de Gemeente in 1891 even verderop, tegenover de Bonifatiuskerk, een Openbare Lagere School. Het ontwerp van deze concurrent was zoals te doen gebruikelijk van de Dienst der Publieke Werken. Vanaf die tijd verrezen ook de eerst woonblokken langs de langgerekte straten in de Oosterparkbuurt. De chiquere woningen aan de noordkant van de Tweede Oosterparkstraat, tussen het Kastanjeplein en de Linnaeusstraat, kwamen er al vanaf het midden van de jaren tachtig. Als enige hadden deze nog wel voortuinen.

Ondanks het feit dat de kerk vanwege een gebrek aan kerkgangers in 1984 ten prooi viel aan sloop en vervangen werd door het kleinschalige woonzorgcentrum Kastanjehof bleef het karakter van de katholieke enclave behouden en dat kwam niet alleen door het, op initiatief van de buurt, herplaatsen van de oude kerkklok op een ijzeren constructie bovenop het dak van, maar ook door het hergebruiken van het op de Sint Barbara School aansluitende parochiehuis met kapel aan de Tweede Oosterparkstraat (nr. 246) ten behoeve van de AGB-parochie (Anna, Bonifatius en Gerardus Majella).

De sint Barbaraschool

Samen met het tegenover de school liggende gebouw van de Elizabeth Otter-Knoll stichting (1905-12) vormt de school de belangrijkste beeldbepalende elementen aan het plein. Net als bij het Rijksmuseum en het Centraal Station van de beroemde Rooms Katholieke bouwmeester Pierre Cuypers vertoont ook de Sint Barbaraschool van zijn leerling Evert Margry geen uitgesproken middeleeuwse kenmerken. Het ging hier dan ook niet om kerken, zoals de Vondelkerk van Cuypers of de Sint Bonifatiuskerk van Margry) die je gemakkelijk kunt herleiden tot de middeleeuwse voorbeelden. Cuypers was zelfs gedwongen bij zijn niet kerkelijke gebouwen te verwijzen naar de stijl van de nationale, Hollandse Gouden Eeuw en omdat hij zich niet altijd wat van die eis aantrok beschouwde de critici de beide gebouwen dan ook als te katholiek. Zelfs werd het Rijksmuseum, waar de kunst van de Gouden Eeuw moest worden bewaard, bestempeld als een ‘Aartsbisschoppelijk paleis’.

Margry koos voor zijn hoofdgevel aan het Eikenplein voor een klassieke, symmetrische opzet. De vijf vensters brede middenpartij is het hoogst (drie bouwlagen met een kap) en het centrum met de hoofdingang wordt benadrukt door een toch weer naar de late middeleeuwen verwijzende trapgevel met boogfriezen ter weerszijden. De beide vleugels zijn identiek en vertonen dezelfde opzet. Wel tellen ze slechts twee in plaats van drie bouwlagen en wordt het centrum daarvan - met daarin secundaire ingangen die toegang gaven tot de langs de klaslokalen lopende gangen in de beide vleugels - geaccentueerd door meer bescheiden tuitgevels. De rechthoekige vensters worden gedekt door halfronde en gedrukte boogvormen. Ook de overigens asymmetrische gevel van de openbare Jongensschool in de Tweede Oosterparkstraat vertoont een dergelijk patroon. De gevel van de R.K. Sint Laurentiusschool voor jongens van Bleijs op de hoek van het Eikenplein en de Tweede Oosterparkstraat is wat dit betreft meer middeleeuws omdat daar spitsbogen voorkomen in de top van de hoekpartij en op de eerste bouwlaag. In deze school ontbreken bovendien de horizontale speklagen (witte banden) die wel voorkomen tussen de vensters van de Sint Barbaraschool. Deze geven het pand een licht horizontaal accent. Zoals veel gebouwen uit de negentiende eeuw verwijzen ze naar de tijd van de vroege Hollandse Renaissance uit de 16de-17de eeuw.

Speklagen komen ook voor in het tegenover de Sint Barbaraschool liggende gebouw van de Elisabeth Otter-Knollstichting, een rusthuis voor ‘fatsoenlijke, Protestantse dames uit den deftigen stand’ dat gebouwd werd in 1905-12 door de architect Jan van Looy. Ook dit gebouw heeft een symmetrische opzet met in dit geval een uit het gevelvlak springende, middeleeuws aandoende toren als middenpartij, geflankeerd door twee smalle vleugels en twee geprononceerde hoekpaviljoens. De sierlijke bogen van het ingangsportaal tegen de toren en bij de hoekpaviljoens verraden nog de invloed van de Art Nouveau. Tegenwoordig herbergt het gebouw appartementen, een woongroep en ateliers voor kunstenaars.

De Sint Barbaraschool was oorspronkelijk een Rooms Katholieke school voor meisjes die geleid werd door een Moeder Overste met zeven zusters van de Congregatie der Franciscanessen. Dit paste bij het streven van de Katholieke kerk om tegenwicht te bieden tegen het opkomend socialisme met zijn openbare scholen. De zusters vormden in het middendeel van het gebouw een soort klooster. Boven bevond zich tegen de achterkant van het gebouw, vlak bij het koor van de Sint Bonifatiuskerk, een rijk uitgevoerde kapel. Deze bevatte koorbanken, een altaar, wandschilderingen over het leven van Franciscus en glas-in-loodramen. Onder de kap waren slaapruimten voor de zusters ingericht.

De school omvatte aanvankelijk twee Bewaarscholen met een Montessorischool, een Naaischool en drie klassen voor Lager Onderwijs. Dit laatste was onderverdeeld in drie standen. De armen zaten aan ‘de arme kant’ in de Tweede Oosterparkstraat en de rijkeren (‘de dubbeltjes’) in de Derde Oosterparkstraat. De rijksten (‘de kwartjes’) kwamen na de Eerste Wereldoorlog ook aan deze kant in een aangebouwd deel. Hierin kwam in 1923 de MULO. Van 1893 tot 1929 was er verder nog een Normaalschool voor de opleiding van leerkrachten en vanaf 1919 een ULO.

De Sint Barbaraschool is, in tegenstelling tot de Sint Laurentiusschool die na een grondige verbouwing nu wooneenheden, ateliers en een opvangcentrum voor jongeren omvat, altijd een school gebleven. Wel is zij sinds 1965, toen de zusters uit het klooster verdwenen, gemengd. Het klooster werd, na een tijd gefunctioneerd te hebben als meisjeshotel, ingericht voor het onderwijs. Nu herbergt de school, naast de lagere school, een voorschool/peuterzaal en buitenschoolse opvang. Er kwam een gymzaal op de plaats van de refter (eetzaal van de zusters) en een ruime aula in voormalige kapel. Het onderwijs is gemoderniseerd en het gebouw zelf is onder leiding van de architect Thomas Bernardt, mede met behulp van de ouders en onder het motto ‘Pimp My School’ aangepast aan de eisen van de moderne tijd zonder de architectonische kwaliteit aan te tasten. Het ging hierbij om een stappenplan dat nog moet worden voortgezet. Er zijn nu onder andere een moderne entree, verbeterde gangen en trappen. De renovatie leverde de school in 2015 de Gulden Fenix op, een jaarlijkse prijs van het Nationaal Renovatie Platform (NRV) voor het hergebruik van de bestaande, gebouwde omgeving. De zolderverdieping bevat nu onder de kap ateliers voor kunstenaars die bij wijze van tegenprestatie bijdragen leveren aan het onderwijs.

Ben Rebel 05-02-2017